Blog

Wat zijn de gevolgen van een loonsanctie bij re-integratie?

Gestresste HR-manager aan Nederlands bureau met officiële overheidsbrief en gesloten personeelsdossier onder warm amberkleurig lamplicht.

25 augustus 2026

Een loonsanctie bij re-integratie betekent dat het UWV de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever verlengt met maximaal een jaar, bovenop de al verplichte twee jaar. Dit gebeurt wanneer een werkgever zijn re-integratieverplichtingen niet of onvoldoende is nagekomen. De financiële en organisatorische gevolgen zijn aanzienlijk en in vrijwel alle gevallen vermijdbaar met de juiste aanpak. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over loonsancties, van de oorzaken tot de mogelijkheden om ze te voorkomen of aan te vechten.

Hoe lang duurt een loonsanctie en wat kost het de werkgever?

Een loonsanctie duurt maximaal 52 weken en gaat direct in na het einde van de reguliere tweejaarstermijn van loondoorbetaling. Gedurende deze verlengingsperiode blijft de werkgever verplicht het loon van de zieke medewerker door te betalen, ook al zou het UWV-tijdvak anders al begonnen zijn.

De financiële impact van een loonsanctie is voor de meeste werkgevers aanzienlijk. Naast de directe loonkosten blijven ook de bijkomende werkgeverslasten doorlopen. Denk aan pensioenpremies, sociale verzekeringsbijdragen en eventuele begeleidingskosten. Voor een organisatie die al onder druk staat door langdurig verzuim, kan een extra jaar loondoorbetaling een merkbare aanslag zijn op het budget.

Daarnaast zijn er indirecte kosten: de tijd en energie die HR-professionals en leidinggevenden moeten steken in het herstellen van het re-integratietraject, het aanleveren van aanvullende documentatie en het voeren van eventuele bezwaarprocedures. Een loonsanctie is dus niet alleen een financieel risico, maar ook een organisatorische belasting.

Wanneer legt het UWV een loonsanctie op?

Het UWV legt een loonsanctie op wanneer bij de poortwachterstoets blijkt dat de werkgever zijn re-integratieverplichtingen onvoldoende is nagekomen. Dit oordeel volgt uit de beoordeling van het re-integratieverslag dat de werkgever aan het einde van het tweede ziektejaar indient.

Concrete situaties die tot een loonsanctie leiden zijn onder andere:

  • Het ontbreken van een tijdig opgesteld Plan van Aanpak
  • Onvoldoende of te late inzet van een re-integratietraject Spoor 2 wanneer terugkeer naar de eigen functie of het eigen bedrijf niet mogelijk is
  • Het niet inschakelen van een bedrijfsarts of arbodienst op de juiste momenten
  • Gebrekkige of ontbrekende documentatie in het re-integratiedossier
  • Aantoonbaar gebrek aan inspanning om passend werk te vinden, zowel intern als extern

Het UWV beoordeelt niet alleen of de juiste stappen zijn gezet, maar ook of dit tijdig is gebeurd. Een traject dat te laat is opgestart, kan alsnog tot een loonsanctie leiden, zelfs als er uiteindelijk wel inspanningen zijn verricht.

Wat is het verschil tussen een loonsanctie en een bekorting?

Een loonsanctie en een bekorting zijn elkaars tegenovergestelde binnen het poortwachtersproces. Een loonsanctie verlengt de loondoorbetalingsverplichting met maximaal 52 weken als straf voor onvoldoende re-integratie-inspanningen. Een bekorting verkort juist de wachttijd voor de WIA-uitkering wanneer de werkgever aantoonbaar meer heeft gedaan dan wettelijk vereist.

Bij een bekorting erkent het UWV dat de werkgever bijzondere inspanningen heeft geleverd die het re-integratieproces hebben versneld. Dit kan ertoe leiden dat de medewerker eerder in aanmerking komt voor een WIA-beoordeling, wat de loondoorbetalingsperiode voor de werkgever verkort.

Het onderscheid is praktisch relevant: werkgevers die proactief handelen, goed documenteren en de juiste stappen tijdig zetten, lopen niet alleen minder risico op een loonsanctie, maar kunnen ook in aanmerking komen voor een bekorting. Dit maakt een gestructureerde aanpak van re-integratie dubbel lonend.

Hoe kan een werkgever een loonsanctie aanvechten of herstellen?

Een werkgever kan een loonsanctie op twee manieren aanpakken: door bezwaar te maken tegen het besluit, of door de tekortkoming te herstellen binnen de hersteltermijn die het UWV biedt. Beide routes zijn mogelijk en sluiten elkaar niet uit.

Bezwaar maken tegen de loonsanctie

Binnen zes weken na ontvangst van het sanctiebesluit kan de werkgever bezwaar indienen bij het UWV. In het bezwaarschrift toont de werkgever aan dat de re-integratie-inspanningen wel degelijk voldoende waren, of dat het UWV relevante informatie niet heeft meegewogen. Een goed onderbouwd dossier is hierbij onmisbaar.

De tekortkoming herstellen

Wanneer het UWV een loonsanctie oplegt, geeft het in de meeste gevallen ook een hersteltermijn. Binnen deze periode, doorgaans enkele weken tot maanden, kan de werkgever de gemiste re-integratie-inspanningen alsnog uitvoeren en aantonen. Slaagt de werkgever hierin, dan kan de loonsanctie worden beëindigd vóór de volledige 52 weken zijn verstreken. Dit vereist snelle actie en heldere documentatie van de aanvullende stappen.

Welke re-integratieverplichtingen moet een werkgever aantonen?

Een werkgever moet bij de poortwachterstoets aantonen dat hij gedurende de gehele ziekteperiode actief en aantoonbaar heeft gewerkt aan de re-integratie van de medewerker. Dit omvat zowel procedurele verplichtingen als inhoudelijke inspanningen.

De belangrijkste verplichtingen die gedocumenteerd moeten zijn:

  • Tijdige probleemanalyse door de bedrijfsarts (uiterlijk in week 6)
  • Opstellen van een Plan van Aanpak op basis van de probleemanalyse (uiterlijk week 8)
  • Regelmatige evaluaties en bijstellingen van het Plan van Aanpak
  • Inzet op re-integratie Spoor 1 (terugkeer bij eigen werkgever) waar mogelijk
  • Tijdige start van re-integratie Spoor 2 wanneer terugkeer naar de eigen werkgever niet haalbaar is
  • Een volledig en actueel re-integratieverslag aan het einde van het tweede ziektejaar

Het gaat niet alleen om het uitvoeren van deze stappen, maar ook om het zorgvuldig vastleggen ervan. Een werkgever die wel de juiste acties heeft ondernomen maar dit niet kan aantonen, loopt hetzelfde risico als een werkgever die niets heeft gedaan. Documentatie is daarmee een integraal onderdeel van de re-integratieverplichting.

Hoe voorkom je een loonsanctie met de juiste begeleiding?

Een loonsanctie is in verreweg de meeste gevallen te voorkomen door tijdig de juiste expertise in te schakelen, een gestructureerd re-integratietraject op te zetten en het dossier consequent bij te houden. De sleutel ligt in proactief handelen, niet in reageren op problemen als ze al zijn ontstaan.

Praktische maatregelen die het risico op een loonsanctie sterk verlagen:

  • Start direct in de eerste ziekteweken met een heldere probleemanalyse en plan van aanpak
  • Schakel een gecertificeerde arbeidsdeskundige in wanneer re-integratie complex wordt
  • Evalueer het re-integratietraject regelmatig en stuur bij wanneer de situatie verandert
  • Zet tijdig een Spoor 2-traject op als terugkeer naar de eigen functie niet realistisch is
  • Houd het re-integratiedossier actueel en volledig gedocumenteerd
  • Gebruik een talentscan om de mogelijkheden en kansen van de medewerker objectief in kaart te brengen

Veel werkgevers onderschatten de complexiteit van de Wet Verbetering Poortwachter totdat ze geconfronteerd worden met een dreigend sanctiebesluit. Op dat moment is de marge om bij te sturen beperkt. Vroeg ingrijpen met de juiste begeleiding is dan ook altijd effectiever dan herstel achteraf.

Hoe Amplooi helpt bij het voorkomen van een loonsanctie

Bij Amplooi ondersteunen we werkgevers en HR-professionals bij elk aspect van het re-integratieproces, van de eerste ziektedag tot een succesvolle terugkeer naar werk. Ons team van gecertificeerde arbeidsdeskundigen en mobiliteitsexperts zorgt ervoor dat trajecten voldoen aan alle wettelijke vereisten van de Wet Verbetering Poortwachter, zodat het risico op een loonsanctie zo klein mogelijk is.

Wat we voor jouw organisatie kunnen betekenen:

  • Spoor 2-trajecten die tijdig en effectief worden ingezet wanneer terugkeer naar de eigen functie niet haalbaar is
  • Arbeidsdeskundig onderzoek dat objectief en volledig gedocumenteerd is voor het UWV-dossier
  • De Talentspiegel, onze eigen talentscan die de mogelijkheden van medewerkers helder in kaart brengt en richting geeft aan het re-integratietraject
  • Persoonlijke begeleiding door gecertificeerde professionals met landelijke dekking vanuit 35 vestigingen
  • Transparante rapportages via ons klantportaal, zodat jij altijd inzicht hebt in de voortgang van elk traject

Wil je weten hoe we jouw organisatie kunnen ondersteunen bij re-integratie en het voorkomen van een loonsanctie? neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek, vraag een offerte aan, of ontdek meer over onze aanpak via de Talentspiegel en ons volledige re-integratieaanbod.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er als de medewerker niet meewerkt aan re-integratie?

Als een medewerker zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan re-integratie, mag de werkgever de loondoorbetaling opschorten of stopzetten. Het is wel essentieel dat de werkgever dit schriftelijk aankondigt en goed documenteert. Het UWV houdt bij de poortwachterstoets rekening met de medewerking van de werknemer, maar de werkgever blijft verantwoordelijk voor het aantonen dat hij zelf voldoende inspanningen heeft geleverd.

Kan een loonsanctie ook worden opgelegd als de medewerker al volledig hersteld is?

Ja, het UWV beoordeelt bij de poortwachterstoets het re-integratieproces over de gehele tweejaarsperiode, ongeacht of de medewerker inmiddels is hersteld of weer volledig aan het werk is. Als gedurende die periode de verplichtingen onvoldoende zijn nagekomen of slecht zijn gedocumenteerd, kan alsnog een loonsanctie volgen. Dit onderstreept waarom een volledig en actueel dossier gedurende het hele traject onmisbaar is.

Wanneer moet een Spoor 2-traject precies worden opgestart?

Er is geen vaste wettelijke datum voor de start van een Spoor 2-traject, maar het UWV verwacht dat de werkgever hier tijdig mee begint zodra duidelijk is dat terugkeer naar de eigen functie of het eigen bedrijf niet (meer) realistisch is. In de praktijk betekent dit dat Spoor 2 uiterlijk rond het einde van het eerste ziektejaar serieus overwogen en opgestart moet worden. Te laat starten is een van de meest voorkomende oorzaken van een loonsanctie.

Wat zijn de meest gemaakte fouten door werkgevers die leiden tot een loonsanctie?

De meest voorkomende fouten zijn: het te laat inschakelen van de bedrijfsarts, het niet of onvolledig opstellen van een Plan van Aanpak, het uitstellen van een Spoor 2-traject in de hoop dat de medewerker toch terugkeert, en gebrekkige dossiervorming. Ook het niet tijdig bijstellen van het re-integratieplan bij veranderende omstandigheden leidt regelmatig tot problemen bij de poortwachterstoets. Veel van deze fouten zijn eenvoudig te vermijden met een strakke procesplanning en professionele begeleiding.

Hoe lang heeft een werkgever de tijd om de tekortkoming te herstellen na een loonsanctie?

Het UWV geeft bij het opleggen van een loonsanctie doorgaans een hersteltermijn van enkele weken tot enkele maanden, afhankelijk van de aard van de tekortkoming. Binnen die termijn moet de werkgever de gemiste re-integratie-inspanningen aantoonbaar uitvoeren en documenteren. Het is belangrijk om direct na ontvangst van het sanctiebesluit actie te ondernemen, want de hersteltermijn begint direct te lopen en uitstel verkleint de kans op een succesvolle beëindiging van de sanctie.

Geldt de loondoorbetalingsverplichting ook voor kleine werkgevers en zzp'ers met personeel?

Ja, de loondoorbetalingsverplichting en de bijbehorende re-integratieverplichtingen gelden voor alle werkgevers met personeel in loondienst, ongeacht de bedrijfsgrootte. Kleine werkgevers kunnen zich hiervoor verzekeren via een verzuimverzekering, maar de procesverantwoordelijkheid blijft altijd bij de werkgever liggen. Juist voor kleinere organisaties zonder eigen HR-afdeling is het inschakelen van externe expertise een verstandige en kostenefficiënte keuze.

Wat is het verschil tussen een arbeidsdeskundige en een bedrijfsarts, en wanneer heb je welke nodig?

Een bedrijfsarts beoordeelt de medische situatie van de medewerker en stelt vast wat iemand wel en niet kan vanuit gezondheidsoogpunt. Een arbeidsdeskundige vertaalt die medische beperkingen naar de arbeidsmarkt: wat voor werk kan iemand nog doen, intern of extern? Beide disciplines zijn nodig in een goed re-integratietraject. De bedrijfsarts is al vroeg in het proces betrokken, terwijl een arbeidsdeskundige met name een rol speelt wanneer re-integratie complex wordt of wanneer Spoor 2 in beeld komt.

Gerelateerde artikelen

Ontvang onze nieuwsbrief

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Door dit formulier in te vullen geef ik toestemming voor het vastleggen en verwerken van de opgegeven persoonsgegevens.

Vragen? Wij zijn er voor je.

Meer weten over wat we voor je kunnen betekenen? Aarzel niet om te bellen of een bericht te sturen.

Amplooi-Paula-350px